Home  
Zoeken:
 
home
 
Direct naar:
  

 Provinciaal Nieuws
26 oktober 2009 - Inbreng -
Begrotingsbehandeling

Tijdens de begrotingsbehandeling vandaag 26 oktober 2009 in de Provinciale Staten was het CDA positief over de Begroting maar had wel enkele kritische kanttekeningen.
Voorzitter, de begroting voor 2010 ligt voor ter bespreking en bij begrotingsbesprekingen is het aan de fracties om commentaar te geven op de financiële voorstellen zoals GS deze voorlegt aan de staten en daarbij te bezien hoe de “vlag”er bij staat: waar zijn we tevreden met resultaten, waar vinden we dat GS te hard loopt en waar vinden we dat er wel een tandje bij kan.

De beschouwingen van het CDA zullen we dan ook op die wijze vormgeven. Te beginnen bij de financiën.
Bij de voorjaarsnota was al bekend dat er voor 2010 en het financieel perspectief voor 2011 een tekort voorzien werd van 17 miljoen. Door de verlaging van het provinciefonds is de bezuinigingsuitdaging groter geworden: we staan als provincie aan de lat om 32 miljoen te bezuinigen. GS doet ons ombuigingsvoorstellen om die bezuinigingen vorm te kunnen geven. Dat betekent dat het uitvoeringsprogramma, hetgeen een uitwerkingsproduct is van het coalitieakkoord er anders uitziet.
Op sommige beleidsvelden is gewoon gekeken naar de praktijk die, in de loop van tijd anders gelopen is dan oorspronkelijk gedacht toen we met elkaar keuzes maakten in het coalitieakkoord, waardoor er wat financiële ruimte over is.
Bijvoorbeeld als gemeenten andere keuzes maken waardoor cofinanciering van de provincie niet meer nodig is.
Op andere fronten word er geanticipeerd op verwachte onderbesteding. Of wordt er een jaarschijf opgeschoven waardoor er geld vrijvalt.
Het is dit college voor nu in elk geval gelukt om ook de begroting voor 2011 sluitend te krijgen als we vandaag in zullen stemmen met deze voorstellen.
Het is wat ons betreft minstens twee complimenten waard in de richting van de gedeputeerde Raven en haar ambtelijke staf:
1. Een compliment voor haar en haar GS collega’s voor het zo tijdig verwerken van de donkere wolken die we aan kunnen zien komen als het gaat om de korting van 300 miljoen die het Rijk al inboekt uit het provinciefonds voor 2011.
En 2: een groot compliment voor de vorm en grote leesbaarheid waarin wij deze begroting hebben gekregen. In de loop van de afgelopen paar jaar is dit zienderogen beter geworden!

Met de voorstellen die gedaan worden gaat onze CDA fractie akkoord. De volgende ronde, en daar zijn we ons erg van bewust, zal een veel grotere uitdaging in zich hebben. Dan zullen er ingrijpende keuzes gemaakt moeten worden voor structurele bezuinigingen. Wij zullen hier waarschijnlijk bij de voorjaarsnota in 2010 veel uitgebreider bij stilstaan . Op dát moment moet het naar onze mening duidelijk zijn welke kant we op willen als provincie, welke taken we wel en niet meer zouden moeten doen, welke bedragen en taken we nog van het Rijk krijgen en voor welke structurele bezuinigingen we als Provincie Utrecht staan.
De CDA fractie wil dan ook weten van GS (of misschien zou ik de vraag ook aan de heer Bisschop moeten stellen als voorzitter van de kerntakencommissie) of we bij de behandeling van de voorjaarsnota de kerntakendiscussie hebben afgerond? De uitkomsten daarvan willen wij betrekken bij de keuzes over de gewenste veranderingen en zonodig bij de structurele bezuigingen Daarbij komen dan nog de uitkomsten uit de discussies en overleggen in de zogenoemde taboeloze denktanks die het kabinet aan het werk heeft gezet.

Dan ga ik over naar het CDA antwoord op de vraag: ”Hoe staat de vlag erbij?”
Laat ik beginnen met de economische crisis die voor steeds meer mensen en bedrijven voelbaar is geworden. In de bouw zien we dat de inhuur van zzp-ers en uitzendkrachten fors terugloopt, we zien dat er steeds meer ontslagen zijn en dreigen. Ook zien we de groep mensen die problemen heeft met het opbrengen van de vaste lasten steeds groter wordt. Een situatie die we niemand toewensen. Voor de provincie zijn er weinig instrumenten om de crisis tegen te gaan, maar de instrumenten die we hebben, moeten we inzetten. Ik noem een hele belangrijke: Het aantrekkelijk blijven als vestigingsplaats voor bedrijven speelt daarbij een grote rol evenals de inzet om bedrijven over te halen zich in Utrecht te vestigen danwel hen in de provincie te houden. Voor een groot aantal bedrijven speelt overigens iets veel wezenlijkers dan de keuze voor een vestigingsplaats in onze provincie of elders. Hun eerste zorg is de economische crisis te overleven. MdV, het CDA vraagt het College hen daar waar mogelijk en passend binnen de rol van de provincie daarin te steunen.

Een ander belangrijk punt voor het CDA is de ruimtelijke ontwikkelingen in onze provincie. Wij willen dat er zorgvuldig wordt omgesprongen met de ruimte. Dat betekent onder andere dat wij vinden dat nieuwe ontwikkelingen, of het nu gaat om nieuwe bouwontwikkelingen of bij de aanleg van nieuwe wegen, of bij zwaardere belasting van al aangelegde routestructuren, deze heel zorgvuldig dienen te worden ingepast. Zorgvuldig als het gaat om de ruimte, maar ook zorgvuldig waar het gaat om de communicatie met betrokkenen zoals omwonenden en andere overheden. Daarover komen we vast nog te spreken bij de pakketstudies.


In onze gesprekken met gemeenten worden we regelmatig geconfronteerd met het feit dat gemeenten niet altijd de know-how in huis hebben, ook komt het regelmatig voor dat gemeenten opnieuw wielen aan het uitvinden zijn die al bestaan en functioneren in andere gemeenten.
Het CDA heeft in de vorige periode, bij de begrotingsbehandeling op 7 november 2005 een motie ingediend en deze is ook aangenomen. De motie waar ik het over heb gaat over “De vliegende ambtenaar” en vóórdat de nieuwelingen onder ons denken dat het hier gaat over medewerkers waar we afscheid van zullen moeten nemen in verband met de toekomstige structurele bezuinigingen, licht ik u graag toe dat dit gaat over een poule van ambtenaren (dat mogen wat ons betreft behalve provinciale ambtenaren ook ambtenaren zijn van gemeenten) Deze poule zou kunnen rouleren tussen gemeenten en provincie waardoor er ideeën- en kennisuitwisseling plaatsvindt waarvan zowel gemeenten als provincie kunnen profiteren. Bijkomende gedachte was destijds ook dat er een meedenkende provincie in plaats kwam van een bemoeizuchtige provincie. Ter toelichting: het gaat ons niet om een nieuwe afdeling maar om een meer virtuele poule, waar vakmensen in mee kunnen draaien ter ondersteuning en een zgn. kruisbestuiving tussen gemeenten onderling en tussen gemeenten en provincie (en vice versa) kunnen bewerkstelligen. Graag horen wij van het college in hoeverre dit plaats heeft gevonden, of er resultaten geboekt zijn en of (want dat verwachten we een klein beetje) dit idee nieuw leven ingeblazen moet worden? In elk geval is het steeds opnieuw uitvinden van zelfde wielen niet gewenst, want dit komt niet ten goede aan de dienstverlening aan inwoners en kost het onnodig veel geld en inzet.


Voorzitter van de zin ”van een bemoeizuchtige provincie naar een meedenkende provincie” is de brug gemakkelijk gemaakt naar de samenwerkingsagenda. Dit instrument is destijds ingezet om die verandering te bewerkstelligen. Natuurlijk kunnen we er allerlei kritieken op loslaten, van “Sinterklaasspelen” tot “moeten we ons daar eigenlijk wel meer bemoeien als provincie?” maar de vraag laat onverlet de achterliggende gedachte van “samenwerken brengt ons en de gemeenten een stapje verder in de richting van de uitvoering” en “een stapje dichter bij elkaar als overheden” Daarom vindt de CDA fractie de samenwerkingsagenda nog altijd een prachtig idee. Natuurlijk moeten we kritisch zijn als we er een vervolg aan geven, laten we zeggen dat het idee her en der wat bijgeschaafd dient te worden, maar als het aan het CDA ligt willen we niet af van dit instrument van de samenwerkingsagenda . Als CDA denken we dat we met deze samenwerking tussen overheden er een synergie ontstaat die leidt tot iets dat groter is dan de som der delen, dus 1+1=3.

Van de samenwerkingsagenda met gemeenten stap ik over naar de bestuurskrachtmetingen of de kwaliteitsmetingen van gemeenten. In een BEM vergadering na het zomerreces hebben we het met elkaar gehad over deze metingen en daar kwamen we vrij statenbreed tot de conclusie dat het goed zou zijn als we alle gemeentebesturen zouden stimuleren zo’n meting te doen. Het CDA is ervan overtuigd dat als gemeenten zo’n kritische check uit laten voeren dit in het belang is van de inwoners, van belang voor het niveau van de te leveren diensten. Daarbij is het kritisch kijken naar het functioneren van een overheid is sowieso goed want dat leidt vaak tot verbeteringen. Het CDA is er ook een voorstander van om deze check uit te voeren in alle gemeenten om het ook uit de sfeer te halen van herindelingen. Daarmee stel je een gemeente in staat zich te versterken zonder die stok achter de deur en ben je in staat om ook grotere gemeenten de spiegel voor te houden. Wie zegt dat een kleinere gemeente tot minder in staat is dan een grotere? Of andersom: wie zegt dat een grotere gemeente tot meer in staat is en haar zaken beter doet dan een kleinere? Wij zijn benieuwd naar de actie die we kunnen verwachten naar aanleiding van die in BEM gehouden discussie. Gedeputeerde Haak, kunt u ons hierover een vervolg schetsen?

Voorzitter, al eerder in het betoog had ik het over zorgvuldig omgaan met ruimte. Als CDA zien we die zorgvuldigheid niet in: ”zet alle ruimtelijke ontwikkelingen stop” maar wel in goede afwegingen maken waar je ruimte biedt aan ontwikkelingen en waar je de groene (agrarisch groen en EHS) structuur versterkt. Als dat eenmaal is bepaald en er zijn plannen gemaakt waar draagvlak voor is en die tot uitvoer kunnen worden gebracht, dan dienen zij zorgvuldig (en met behoud van tempo!) uitgevoerd te gaan worden.
Onze fractie noemt in dit kader twee dossiers: De herinrichting van de vliegbasis Soesterberg en het landinrichtingsplan Haarzuilens.
De ruimtelijke plannen voor de vliegbasis zijn klaar, hebben de instemming van PS, en de raden van Soest en Zeist en het heeft ook de instemming van de toekomstige beheerder Het Utrechts Landschap. Wat echter nog een goede afhechting dient te krijgen is de fase van Ruimtelijk plan naar uitvoeringsorganisatie en Beheer. Momenteel buigt men zich over de uitvoering van het realiseren van het “rood” en zal het Utrechts Landschap zich over het “groen” gaan ontfermen. De gemeenten zijn nu al wel volop betrokken in de gesprekken maar de grootste beheerder is nu nog nauwelijks betrokken. Wij zouden de gedeputeerde Krol willen vragen om Het Utrechts Landschap vanaf nu mee te nemen als volwaardig betrokkene en we dringen bij deze ook aan op snelle besluiten bij de uitvoeringsorganisatie. Overigens realiseren wij ons dat de gemeenten wel volop meepraten, maar feitelijk nog niet meer dan dat doen….terwijl de provincie de uitgaven hebben gedaan en de risico’s voor zijn rekening neemt.

Het CDA vraagt bij deze beschouwingen ook aandacht voor het landinrichtingsplan Haarzuilens. In de voorgaande periode is dit plan heel vaak onderwerp van discussie geweest omdat we ons toen bogen over het ruimtelijke plan. Inmiddels is daar de uitvoering volop gaande. Het plan heeft heel wat voeten in de aarde gehad, maar de uitvoering lijkt met instemming (draagvlak!!) te kunnen plaatsvinden. Wij maken ons echter wel zorgen om twee dingen: Bij de uitvoering is het belangrijk dat er met enig inlevingsgevoel wordt opgetreden en er ruimte is om het doel linksom of rechtsom te realiseren. Ons bereiken berichten dat de houding van met name voorzitter/trekker van de landinrichting niet erg meewerkt aan een soepele uitvoering. Wij vragen de gedeputeerde vinger aan de pols te houden: Het is belangrijk dat het plan met draagvlak wordt uitgevoerd. Als dan enig meedenken in de goede richting door bewoners en landeigenaren direct van tafel wordt geveegd, is dat funest voor het draagvlak en voor de uiteindelijke uitvoering.
Er is nog iets waar wij ons zorgen maken als het gaat over dit gebied: Wij begrijpen uit allerlei berichten dat ook het gebied waar zojuist heel zorgvuldig een plan is gemaakt en nu tot uitvoering wordt gebracht, nu onderwerp van discussie is als het gaat om de mogelijke nieuwe snelweg…. Natuurlijk begrijpt het CDA dat we als provincie alle mogelijkheden om de doorstroming te bevorderen moeten onderzoeken, maar we vragen wel aandacht voor het feit dat de inkt nog niet droog is voor het ene plan, we wellicht alweer klaarstaan met de volgende ingrijpende verandering in eenzelfde gebied. Onze oproep aan gedeputeerde Ekkers is dan ook: maak aub snel een einde aan de onzekerheid over de mogelijke doorsnijding door een weg in dit gebied. Als bestuurders moeten we ons realiseren dat van ons verwacht wordt dat we plannen maken die duurzaam en dus voor de toekomst houdbaar zijn. Dat betekent dat we niet plan over plan over plan moeten blijven maken. Tenminste…als we draagvlak willen creëren en willen dat onze inwoners hun bestuurders nog serieus nemen.

Als laatste onderwerp voorzitter, wil het CDA stilstaan bij de vraag: wat voor bestuurders vraagt deze tijd nu eigenlijk?
Wij acteren in een tijd waar politici op dezelfde maatschappelijke tree lijken te staan als zakkenvullers, rovers en boeven. Declaraties worden onder de loep genomen, terecht, het gaat hier over publiek geld en dat mag grondig gecontroleerd worden! De bonnetjes in Utrecht - achteraf één van de minst declarerende colleges- kwamen dan wel in het nieuws, in tegenstelling tot het minst aantal dienstauto’s van onze provincie en de lage kosten die PS voor zichzelf maakt. (blijkbaar is goed nieuws geen nieuws). Politici zijn zakkenvullers, maken simpele dingen ingewikkeld en voor een béétje subsidie moet je afgestudeerd rechtenstudent en neerlandicus met een onbeperkt geduld zijn.

Met dat bestaande beeld in deze tijd van economische crisis is het een hele uitdaging om tóch te willen besturen. Natuurlijk moet je ook een beetje een tik hebben en op zijn minst een missie hebben om de wereld een beetje mooier en beter te maken om je te wagen in een bestuurlijke en/of politieke functie. Dat gezegd hebbend, moeten we ook erkennen dat het beeld dat mensen hebben van de politiek niet helemaal onterecht is.
Als mensen bij de overheid aankloppen, ook bij onze provincie is dat nog zo, worden er altijd meer redenen opgeworpen om iets onmogelijk te maken dan mogelijk. Worden en meer leeuwen en beren op de weg gezien dan dat er mooie kleurige bloemen langs de weg staan. Zal er bij elke vergunningsaanvraag bekeken worden of een eventuele toestemming stand zal houden bij de rechter. Het CDA zou heel graag willen dat er een omslag in dit denken en handelen van de overheden komt. Dat vraagt wel wat van ons en van onze medewerkers, ook in de provincie Utrecht. Bijvoorbeeld dat we bij een hulpvraag of bij een vergunningsaanvraag meedenken met de vragensteller hoe we iets mógelijk maken in plaats van onmogelijk. Hoe we met een instantie samen een subsidieaanvraag invullen in plaats van hen te vragen om nóg meer informatie die in de ogen van de aanvrager niets te maken heeft met de aanvraag van de subsidie. Ook vraagt het van bestuurders vertrouwen in mensen.
Het CDA is ervan overtuigd dat mensen het vertrouwen waarmaken als je het hen geeft. Mensen die ruimte krijgen om met elkaar en met hun verenigingen en hun omgeving verantwoordelijkheid te dragen voor hun leefomgeving. Natuurlijk zullen er altijd mensen blijven die misbruik maken van een situatie, maar moeten we daarom de goeden laten lijden onder de kwaden? Moeten we daarom alle situaties dichttimmeren met regels en wetjes en voorwaarden?
Wat de CDA fractie betreft gaat het vertrouwen in mensen per vandaag in en dus moet het regeltjesroer om en gaan we als provincie Utrecht van obstakelopwerper naar wegenplaveier. Voorzitter ik zie de mensen al denken: lekker theoretisch die CDA fractie… Voorzitter, daarin heeft iedereen gelijk. Maar zoals al eerder gezegd: Je moet als politicus/bestuurder wel een beetje een tik hebben en op zijn minst een missie om de wereld een beetje mooier en beter te maken !


  
 Seniorendag 15 mei 2010
  
Word nu lid
  
Copyright (c) 2010 Utrecht